Batterij altijd leeg

m

Lang heb ik gezegd tegen iedereen dat alles goed ging en ik snel weer ging werken. Ik wilde dan aan iedereen bewijzen dat het beter ging. Dan ging ik maar door terwijl ik al heel moe was.  

Ik kon mijn werk en de opbouw van mijn uren volhouden, door om de paar weken vakantie op te nemen. Langzaam at ik al mijn vakantie uren op, om te overleven. In de vakantie sliep ik vooral om weer bij te tanken voor de werkdagen die weer zouden komen. 

Het hielp ook dat bij mijn opdracht bij Ruitersbos de collega’s heel aardig zijn. Dat motiveerde om alles vol te houden. De paar uurtjes die ik kon werken, kon ik namelijk iets betekenen. Als ik thuiskwam moest ik dan wel slapen.  

Door de PCS is mijn energie vermindert. Waar bij een normaal iemand de batterij vol is en dingen kan doen, is dat bij mij niet het geval. Mijn batterij is stuk, hij kan zich tot de helft vullen en laad niet meer op. Als ik wat doe heb ik veel langer de tijd nodig om weer bij te laden, maar als ik niet oplet dan is mijn batterij leeg. Bij een lege batterij kun je niets ander dan slapen.  

Toch wilde ik alle ballen omhooghouden en iedereen tevreden houden. Ik wilde aan iedereens eisen voldoen. Mijn werkgever door weer zo snel mogelijk geld voor hen te verdienen. Mijn bedrijfsarts door weer herstel te laten zien.  

Ik dacht dat ons leven te druk was en als het huis af was ik het allemaal wel weer kon. Toegeven dat het niet ging en hulpvragen kon ik niet. In mijn ogen ben ik degene die iedereen moest helpen en niet andersom. 

Tot een maand geleden ik niet meer kon. Elke avond was ik zo moe dat ik alleen nog maar kon huilen, ik was gewoon op. Mijn werkgever heb ik dit vertelt en ik mocht weer terug met mijn uren. De bedrijfsarts heb ik ook gesproken en zij denkt dat ik met revalidatie weer kan herstellen.  

Tuurlijk hoop je het tegen beter weten in. Het is misschien wel hetzelfde gevoel als je een staatslot koopt voor de staatsloterij. Je weet dat je nooit die miljoenen kan willen, maar stiekem hoop je het toch.  

Voor de doorverwijzing moest ik terug naar de huisarts. De huisarts gaf aan dat het revalidatiecentrum niet mij kan herstellen en alleen helpt de klachten te accepteren. Het revalidatiecentrum kon mij ook niet helpen door de PTSS. Ik gaf aan dat het moest van de bedrijfsarts en om die reden kreeg ik toch mijn doorverwijzing.  

Ik was blij dat ik de doorverwijzing kreeg, zo kon ik de bedrijfsarts weer tevreden houden. Ergens is er ook de hoop dat het helpt. Dat ik op een dag wakker word en al mijn klachten weg zullen zijn. Dat ik weer kan doen waar ik goed in ben, het zorgen voor andere.  

Dinsdag 22 juni is het de dag van de waarheid. Dan heb ik weer een gesprek bij het revalidatiecentrum en zal ik te horen krijgen of zij mij kunnen helpen.  

          -Hoop is een lichtje in je hart dat je vandaag moed geeft en morgen kracht- 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *